Traditie

De Japanse kyudomeester Kanjuro Shibata XX Sendai (1921-2013) was de twintigste generatie in een eeuwenoud geslacht van boogbouwmeesters, waarvan de laatste drie generaties als Onyumishi (hofboogmaker van het keizerlijke hof). Begin jaren tachtig kwam hij naar Amerika op uitnodiging van Chogyam Trungpa Rinpoche, een Tibetaanse leraar die innerlijk krijgerschap in de traditie van het Shambhala boeddhisme onderwees in het Westen. Dat was het begin van de Zenko school, met Oko als Europese pendant. Zenko en Oko volgen de traditie van de Heki ryu Bishu Chikurin ha, een oude kyudoschool die rechtstreeks voortkomt uit de samoeraitraditie.
De grondlegger van de Heki ryu (ryu betekent school) is Heki Yazaemon Nirutsugu, een kyudomeester die leefde in de 15e eeuw.
Een van de erfgenamen van zijn traditie (de Heki ryu heeft verschillende afdelingen) is de Boeddhistische monnik en priester Chikurin-bo Josei, die in 1603 zijn eigen school stichtte onder de hoede van de Toshida-clan. Zijn leerling Hoshino Kanzaemon vormde daaruit de Bishu Chikurin ha (ha betekent afdeling), en diens leerling Yoshimi Junsei weer een andere afdeling, de Kishu Chikurin ha. Chikurin-bo Josei's tweede zoon Sasuga voltooide het mystieke standaardwerk Shikan No Sho, dat door zijn vader begonnen was.
Kenmerkend voor de Bishu Chikurin ha is de stijl van schieten, die shamen wordt genoemd (in tegenstelling tot de tegenwoordig veel algemener beoefende shomen stijl), die enerzijds teruggaat op een ceremoniële vorm van boogschieten die verbonden is met zen-meditatie en Shinto-rituelen, en anderzijds veel kenmerken van de stijl van jagers en strijders heeft behouden.

Na het overlijden van Sendai (Sendai betekent: de overleden meester) is de leiding van Zenko en Oko in handen van zijn zoon, Kanjuro Shibata XXI Sensei, die op zijn beurt zijn zoon Shibata Munehiro opleidt om de volgende Onyumishi te worden. Behalve kyudomeester was Sendai Sensei ook een spiritueel leraar. Over de lessen van Sendai houdt zijn achtergebleven partner Carolyn Kanjuro een blog bij.

Van oudsher is kyudo verbonden met verschillende levensbeschouwelijke stromingen. Er is een directe link met het zenboeddhisme, maar de relaties met de Japanse natuurreligie Shinto en met het Daoïsme zijn minstens even sterk. Kyudo wordt beschouwd als een 'do', een levensweg. Daarbij dient te worden bedacht dat dit geen weg is met een doel of eindpunt; zoals in het westen gemeengoed is. De weg zelf, de eeuwig doorgaande oefening, is het doel: door een voortdurende spiegeling van de gedachtenspinsels, inzichten en emoties die bij elk schot vrijkomen wordt 'het hart gepolijst' (Kanjuro Shibata XX Sendai), zonder dat er sprake is van een concreet omschreven doel: "Target: don't mind!"

Kanjuro Shibata XXI Sensei legt sterk de nadruk op de traditie van de Heki ryu Bishu Chikurin ha.
In Japan wordt deze stijl van schieten weinig meer beoefend. Hoewel meditatie nooit helemaal weg te denken is uit de kyudobeoefening, wijkt het hedendaagse kyudo volgens de richtlijnen van de Japanese Kyudo Federation (JKF) in meerdere opzichten af van de Heki ryu traditie. Daarin ligt de nadruk op meditatie, en is het raken van het doel ondergeschikt. Er is derhalve ook geen verdeling in graden of 'dan'. In de woorden van Kanjuro Shibata XX Sendai Sensei: "Kyudo is geen sport. Je kunt er niet het beste in worden of het slechtste in zijn. Bedenk dat je altijd een beginner blijft; zo houd je een open geest."

De eerste Kanjuro Shibata leefde in de 16e eeuw op het eiland Tanegashima, waar hij de Shimazu-clan diende als bogen-bouwer. In 1574 trok zijn zoon naar Kyoto, waar hij bogen begon te bouwen in opdracht van de Tokugawa Shoguns. In deze periode ontstaat het concept van de Hama-Yumi, de 'kwaad-vernietigende boog', die een belangrijke rol vervult in boeddhistische en shintoistische reinigingsrituelen. Zo maakt de huidige Kanjuro Shibata de 59 heilige bogen voor de beroemde Ise tempel. Deze wordt eens in de twintig jaar volledig opnieuw opgebouwd, waarna de oude tempel met daarin de heilige bogen wordt verbrand, als symbool van het zich voortdurend vernieuwende leven.

Een nauw met de traditie van de Chikurin ha verbonden kyudobeoefening is de Toshiya. Vanaf ongeveer 1600 wordt de Toshiya beoefend aan de westzijde van de Sanjunsangendo tempel in Kyoto. Het betreft het zonder onderbreking gedurende 24 uur schieten op een doel op 120 meter afstand (de lengte van de tempel) door een gang van 2,20 m breed en 5,6 m hoog. Het record werd in 1686 gevestigd door een leerling van Kishu Chikurin oprichter Yoshimo Junsei, de 18-jarige samoerai Daihachiro Wasa, die in 24 uur 13.053 pijlen afschoot, waarvan 8.133 het doel troffen. Dit werd hem mogelijk gemaakt door niemand minder dan Hoshino Kanzaemon, oprichter van de Bishu Chikurin ha, leraar van Yoshima Junsei en de vorige recordhouder met 10.452 schoten en 8.000 treffers. Toen hij zag dat Daihachiro niet verder kon door een tezeer opgezwollen arm, sneed hij zelf de zwelling open, zodat zijn jonge uitdager zijn schoten kon vervolgen en het oude record kon breken: een groot voorbeeld van eer en dienstbaarheid aan de traditie.

Kanjuro Shibata XX Sendai werd in 1969 tot levend nationaal monument van Japan uitgeroepen. De Shibata familie onderhield in Kyoto een eigen dojo, Tayeshu genoemd. Deze werd door Kanjuro Shibata XX Sendai in 1991 als monument overgedragen aan de Kyoto Joshi Dai Universiteit.

Kanjuro Shibata XXI Sensei werkt tot op heden in de meer dan 400 jaar oude werkplaats achter zijn huis in Kyoto, waar hij samen met zijn zoon rond de 300 bogen per jaar maakt, met de hand, op volledig traditionele wijze. Tegenwoordig geeft Shibata Sensei ook les in het bouwen van bogen. Dit doet hij zowel in zijn eigen workshop in Kyoto, als in workshops die van tijd tot tijd in Europa worden georganiseerd. Het bouwen van de boog wordt daarbij vanaf het splijten van de bamboe tot en met het afwerken van de boog met rotan omwikkelingen en lederen grip door Sensei en zijn assistenten volgens de oude methodes onderwezen.